In memoriam

Dolf van den Berg

(1940-2020)

Onvermoeibare onderwijsverbeteraar

Rusten op de lauweren van een indrukwekkende academische carrière als onderwijskundige was er voor Dolf van den Berg niet bij. Na zijn emeritaat bleef hij nog jarenlang actief als docent bij het Tilburg Institute for Advanced Studies, waar hij diverse malen de Best Teacher Award ontving. Alsof dat nog niet voldoende was richtte hij vorig jaar op 79-jarige leeftijd de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs op waarvan hij tot op de dag van zijn overlijden – in totaal in feite slechts 245 dagen – voorzitter was. De dood heeft Van den Berg letterlijk in het harnas getroffen. Dat gebeurde op de campus van de Radboud Universiteit, bij aanvang van de eerste vergadering van de Taskforce sinds de coronacrisis. Tijdens het overhandigen van de eerste exemplaren van het gezamenlijk geschreven boek Onderwijs na Covid-19 kwam Van den Bergs hart tot stilstand. Diezelfde avond overleed hij in het RadboudUMC.

Van den Berg was een onvermoeibare onderwijsverbeteraar. Een idealist. Mettertijd meer en meer uit noodzaak. In de jaren ’70 van de vorige eeuw stond hij aan de wieg van het AVI-systeem dat beoogde het leesonderwijs te individualiseren. Met behulp van AVI (Analyse van individualisering) werd het mogelijk de ontwikkeling van de leesvaardigheid van individuele leerlingen te volgen en te stimuleren. AVI maakte daarbij gebruik van op moeilijkheidsgraad ingedeelde teksten. Met zijn proefschrift, dat in die tijd als handboek op het bureau van menig schoolleider lag, stelde hij niet zozeer te willen bijdragen aan “de mogelijke generaliseerbaarheid van de gegevens, doch de betekeniswaarde van het instrument”. Daarbij hanteerde hij als inhoudelijk perspectief bij het streven naar individualisering het belang van “verandering van interactiepatronen tussen leerkracht en leerlingen en bij leerlingen onderling”; hetgeen ervan getuigt dat de huidige oriëntatie op gepersonaliseerd onderwijs in Nederland een langdurig wetenschappelijk verleden kent.

Het was toen al, zo’n 45 jaar geleden, dat Van den Berg zich inspande voor het ontwikkelen van onderwijs dat rekening houdt met de grote verscheidenheid die er tussen kinderen bestaat. Het is hem heel zijn leven een doorn in het oog gebleven dat het onderwijs gedomineerd wordt door het leerstofjaarklassensysteem. Dat systeem zorgt ervoor dat alle leerlingen op hetzelfde tijdstip en op dezelfde manier dezelfde leerstof aangeboden krijgen. Gelijkheid en gelijktijdigheid voor iedereen: een systeem dat alleen de gemiddelde normleerling past, en daarmee volgens hem een systeem dat angst inboezemt voor het afwijkende, dat ongerustheid aanwakkert over de permanent dreigende onbeheersbaarheid van zich ontwikkelende kinderen en dat de somberheid voedt die hoort bij het besef dat je niet gezien wordt. Daar had Dolf van den Berg oog voor, voor de ontkenning van ieders eigenheid door een systeem dat onderwijsbeleid alleen op uniformiteit baseert.

Na zijn proefschrift over individualiserend leesonderwijs verlegde Van den Berg zijn aandacht naar het organiseren van onderwijsvernieuwing, met name naar de culturele aspecten van de schoolorganisatie en de rol van innovatief leiderschap. In een jarenlange samenwerking met de Leuvense hoogleraar Roland Vandenberghe werkte Dolf van den Berg aan het ‘Betrokkenheidsmodel’ van innoverende onderwijsorgani­saties. Ook bij de Amerikaanse grondleggers van dit model maakten ‘Roland and Rudolf’ indruk met hun nadere uitwerking en het empirische onderzoek dat door hen werd gedaan in Vlaanderen en Nederland. Drie pijlers staan in het Betrokkenheidsmodel centraal: (1) een goede samenwerking in de teams en tussen de teams die samen de onderwijsgemeenschap bevolken; (2) een transforma­tioneel leiderschap dat gericht is op het creëren van een cultuur van betrokkenheid bij een gedeelde veranderings­ambitie; en (3) het functioneren van de onderwijsgemeenschap als een lerende gemeenschap. Met hun eerste boek Onderwijsinnovatie in verschuivend perspectief verschoven de heren daadwerkelijk de aandacht van de adoptie naar de implementatie van vernieuwing. Daartoe legden zij het complexe karakter van een vernieuwingsproces haarfijn bloot, bezien vanuit zowel de pedagogisch-didactische, agogische als organisatorische dimensie. Destijds waarlijk een paradigmawijziging die nog altijd van grote betekenis is voor vernieuwingspraktijken in scholen en onder schoolorganisatieadviseurs; hoewel helaas in het onderwijsbeleid nog altijd onvoldoende tot recht gekomen.

Vanuit het Katholiek Pedagogisch Centrum ten Den Bosch, een van drie landelijke pedagogisch centra, destijds met een eigen onderzoeksafdeling, werd Dolf van den Berg aangesteld als bijzonder hoogleraar onderwijsvernieuwing aan de Radboud Universiteit; hetgeen hij met trots en verve op zich nam. Met zijn collegereeksen over het betrokkenheidsdenken heeft Van den Berg vele studenten Onderwijskunde geïnspireerd. In de promotie-onderzoeken die hij begeleidde kreeg het AVI-model een update; en samen met collega-hoogleraar onderwijsmanagement en schoolorganisatie aan de RU, Peter Sleegers, zette hij toon met het concept “innovatief vermogen van scholen”.

Opvallend en kenmerkend voor de levenslange focus van Van den Bergs onderwijskunde is het belang dat hij toeschrijft aan het welbevinden, het enthousiasme, de betrokkenheid en de continue ontwikkeling van de concrete, individuele mensen die je in een onderwijsgemeenschap aantreft. Het zijn immers de mensen die het moeten doen, de leerlingen, de leraren, de schoolleiders. Onderwijs is mensenwerk. Hij bleef zijn hele loopbaan dicht bij die mensen, ook als wetenschapper onophoudend actief als begeleider van scholen. Daar kwamen jarenlange vriendschappen uit voort die hij koesterde.

Het is niet voor niets dat de periode waarin hij zich met name bezighield met de ontwikkeling van het ‘Betrokkenheidsmodel’ culmineerde in een reeks humanistisch-wijsgerige boeken met treffende titels: Denk aan je mensen; Leidinggevende, wie ben je?; Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs en Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld. In al deze boeken gaat het om de concrete individuen die in interactie en met oog voor de individuele leerling samen de onderwijsgemeenschap vormen. Als het hen niet goed gaat, als een enkele leerling, leraar of schoolleider in de knel komt, dan voldoet het onderwijs niet aan wat het in potentie voor ieder van ons zou moeten kunnen betekenen. Daarin was Dolf van den Berg een radicale, onverschrokken idealist. Maar wel een idealist die serieus werk maakte van de wetenschappelijke onderbouwing van zijn ambities. Dat maakte hem bijzonder professioneel. Met recht was hij trots op de publicatie van zijn reviewstudie Teachers’ meanings regarding educational practice waarmee hij zijn wetenschappelijke loopbaan afsloot.

In 2012 ontving Van den Berg een Koninklijke onderscheiding. Vanwege zijn wetenschap­pe­lijke werk maar ook vanwege zijn grote maatschappelijke betrokkenheid werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Terugziend op een onderwijsgeschiedenis van ruim tweehonderd jaar “pedagogische ontevredenheid”, zoals hij in navolging van Imelman en Meijer constateerde, is het een teken van zijn grote hart dat hij altijd optimistisch, hoopvol en strijdbaar is gebleven. Cynisme was hem volstrekt vreemd. Bescheiden maar volhardend, vriendelijk maar scherp en intens. Van den Berg kon op eloquente wijze snoeihard uitdelen. Hij was een niet-aflatende inspirator, een aimabele verbinder, en zeker ook een autoriteit vol charisma en overtuigingskracht. Dolf van den Berg was een geweldige strijdmakker voor het kind dat in het onderwijs niet gezien wordt. En dat is hij gebleven tot zijn laatste snik.

Met de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs had hij haast. Toen Dolf van den Berg in augustus 2019 op LinkedIn een oproep plaatste die een zeer groot aantal reacties kreeg, realiseerde hij zich dat de onderwijswereld misschien wel klaar zou zijn voor een stelselherziening. De contouren van zo’n nieuw stelstel had hij inmiddels verkend in twee boeken die in 2018 en 2019 waren verschenen: Utopia. Naar ander onderwijs. Document voor de toekomst, en Naar onderwijs in blauw. Aan de vanzelfsprekendheden voorbij. Van den Berg formeerde een voortrekkersgroep bestaande uit leraren, schoolbestuurders, onderwijsonderzoekers, sociale innovators, een onderwijsfilosoof en een onderwijskunstenaar. De intentie was om de politieke partijen in de aanloop naar de verkiezingen van 2021 vertrouwd te maken met het idee dat de tijd meer dan rijp is voor een ingreep van hogerhand, een ingreep die het scholen daadwerkelijk mogelijk zal maken uitvoering te geven aan ontwikkelingsgericht onderwijs. Want hoewel scholen vrij zijn vorm te geven aan hoe zij hun onderwijs organiseren, zorgt de centrale eindtoets en het daaraan gekoppelde leerlingvolgsysteem op groepsniveau voor een ernstige verstoring van het ononderbroken ontwikkelingsproces waar iedere leerling volgens de wet recht op heeft. Met een kleine delegatie van de Taskforce sprak Dolf van den Berg – in de laatste weken voor het coronavirus Nederland in een intelligente lockdown opsloot – met de Onderwijsraad, de PO-raad, de VO-raad en Tweede Kamerleden van vier verschillende politieke partijen. De boodschap was duidelijk: hoewel zo vele schoolleiders, leerkrachten en begeleiders ontzettend hard hun best doen, werkt het niet omdat ons onderwijs structureel verkeerd zit. Hoe het dan wel zou kunnen beschreef Dolf van den Berg in samenwerking met de hele Taskforce in wat zijn laatste boek is geworden: Onderwijs na Covid-19. Van den Berg bracht de eerste exemplaren mee naar Nijmegen, waarna zijn hart gedacht moet hebben: missie voltooid.

De Taskforce ligt op koers en op snelheid: Nederland is klaar voor een Wet op het Ontwikkelingsgericht Onderwijs.

 

Waarom TOO?

Om recht te doen aan ieder kind, is een fundamentele verandering van ons onderwijsstelsel noodzakelijk

Het is de hoogste tijd dat het eeuwenoude leerstofjaarklassensysteem wordt vervangen door een ontwikkelingsgericht onderwijssysteem. Dat vindt de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs die eind 2019 is opgericht. De Taskforce stelt vast dat het huidige systeem kinderen geen gelijke kansen biedt, hierdoor niet voldoet aan de wet- en regelgeving en een duurzame oplossing in de weg staat.

 

Links en documenten

Waarom TOO?

Om recht te doen aan ieder kind, is een fundamentele verandering van ons onderwijsstelsel noodzakelijk

Het is de hoogste tijd dat het eeuwenoude leerstofjaarklassensysteem wordt vervangen door een ontwikkelingsgericht onderwijssysteem. Dat vindt de Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs die eind 2019 is opgericht. De Taskforce stelt vast dat het huidige systeem kinderen geen gelijke kansen biedt, hierdoor niet voldoet aan de wet- en regelgeving en een duurzame oplossing in de weg staat.

Links en documenten

Visie TOO

Hoe gaat de Taskforce te werk?

Het leerstofjaarklassensysteem belemmert kinderen in hun ontwikkeling

In het huidige onderwijs worden leerlingen op leeftijd ingedeeld in groepen en krijgen ze leerstof aangeboden die is afgestemd op de gemiddelde leerling van hun leeftijd. Maar in elke klas leert ongeveer dertig procent van de kinderen anders dan de gemiddelde leerling: makkelijker, moeilijker, sneller of langzamer. Doordat zij zich moeten aanpassen aan het gemiddelde, kunnen ze zich niet in hun eigen tempo en op hun eigen niveau ontwikkelen. Scholen proberen dit op te lossen met lapmiddelen, zoals niveaugroepen, plusklassen en zittenblijven, maar dit lost het probleem niet op en werkt bovendien uitsluiting en segregatie in de hand. Het gemiddelde blijft immers de norm.

Veel leerlingen worstelen hierdoor met leerproblemen, prestatieproblemen, gedragsproblemen en/of motivatieproblemen. Deze problemen kunnen leiden tot zittenblijven, schoolverzuim, thuiszitten en voortijdig schoolverlaten. Dit is dramatisch voor de betreffende leerlingen en hun ouders/verzorgers, maar stelt ook leraren, scholen en de samenleving voor (grote) problemen.

Het huidige stelsel voldoet niet aan de wet- en regelgeving

De genoemde effecten van het leerstofjaarklassensysteem maken dat het huidige onderwijs niet strookt met de geldende wet- en regelgeving en met internationale verdragen.

In de Wet op het Primair en op het Voorgezet Onderwijs staat namelijk het volgende: 

“Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Het wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. En ook in internationale verdragen wordt benadrukt dat ieder kind recht heeft op onderwijs dat is gericht op de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind.”

We zagen hierboven dat veel kinderen die kans niet krijgen en zich niet ononderbroken kunnen ontwikkelen.

Je zou verwachten dat de onderwijsinspectie de wet handhaaft en scholen daarop aanspreekt. Dit is niet het geval. De inspectie gaat bij haar beoordeling namelijk uit van het bestaande onderwijssysteem en toetst dit systeem niet aan de wet- en regelgeving. Zo wordt het leerstofjaarklassensysteem al twee eeuwen lang in stand gehouden.

Het leerstofjaarklassensysteem belemmert een duurzame oplossing

Voor een ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen is vervanging van het onderwijssysteem noodzakelijk. Hierdoor worden veel (grote) problemen voorkomen, niet alleen voor de leerlingen en hun ouders/verzorgers, maar ook voor de leraren, de scholen en de samenleving. Naar verwachting leidt de afschaffing van leerstofjaarklassen tot een afname aan de vraag naar jeugdzorg, medische en psychische zorgverlening en tot een toename van het aantal goed opgeleide, productieve en innovatieve beroepsbeoefenaren. 

Wat wil de Taskforce?

Het leerstofjaarklassensysteem afschaffen

De Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs wil dat alle kinderen zich ononderbroken en optimaal kunnen ontwikkelen. Daarom moet het leerstofjaarklassensysteem worden vervangen door een ontwikkelingsgericht onderwijssysteem.

Zittenblijven wettelijk verbieden

Als er iets is dat kinderen in hun ontwikkeling belemmert, dan is het wel zittenblijven. De Taskforce wil daarom dat zittenblijven bij wet wordt verboden. Ook moet het wettelijk verboden worden dat kinderen op een niet-passend onderwijsniveau worden geplaatst.

Wat is ontwikkelingsgericht onderwijs?

Erkenning van verscheidenheid

Ontwikkelingsgericht onderwijs gaat ervan uit dat leerlingen verschillen. Kinderen zijn niet hetzelfde, leren niet hetzelfde en ontwikkelen zich niet op dezelfde manier. Ontwikkelingsgericht onderwijs is gebaseerd op deze verscheidenheid. Daarom wordt het onderwijsaanbod bepaald door de behoeften, de motivatie, het niveau, het tempo en het ontwikkelingspatroon van de leerling. Ontwikkelingsgericht onderwijs is zo ingericht, dat elke leerling zonder onderbreking zijn eigen ontwikkeling kan doorlopen.

Wat wil de Taskforce?

Het leerstofjaarklassensysteem afschaffen

De Taskforce Ontwikkelingsgericht Onderwijs wil dat alle kinderen zich ononderbroken en optimaal kunnen ontwikkelen. Daarom moet het leerstofjaarklassensysteem worden vervangen door een ontwikkelingsgericht onderwijssysteem.

Zittenblijven wettelijk verbieden

Als er iets is dat kinderen in hun ontwikkeling belemmert, dan is het wel zittenblijven. De Taskforce wil daarom dat zittenblijven bij wet wordt verboden. Ook moet het wettelijk verboden worden dat kinderen op een niet-passend onderwijsniveau worden geplaatst.

Wat is ontwikkelingsgericht onderwijs?

Erkenning van verscheidenheid

Ontwikkelingsgericht onderwijs gaat ervan uit dat leerlingen verschillen. Kinderen zijn niet hetzelfde, leren niet hetzelfde en ontwikkelen zich niet op dezelfde manier. Ontwikkelingsgericht onderwijs is gebaseerd op deze verscheidenheid. Daarom wordt het onderwijsaanbod bepaald door de behoeften, de motivatie, het niveau, het tempo en het ontwikkelingspatroon van de leerling. Ontwikkelingsgericht onderwijs is zo ingericht, dat elke leerling zonder onderbreking zijn eigen ontwikkeling kan doorlopen.

Maatwerk, leerroute per kind

Persoonlijke leerroute

Dat betekent dat er geen klassen en jaarlagen zijn, maar dat elke leerling een persoonlijke leerroute doorloopt. Omdat de dialoog met anderen van groot belang is voor de ontwikkeling van kinderen, werken zij tijdens die individuele leerroute veel samen met andere leerlingen. De leerroute is deels individueel en deels collectief.

De school daagt leerlingen voortdurend uit om een volgende stap in hun ontwikkeling te zetten. Om dat goed te kunnen doen, wordt de ontwikkeling van de leerlingen zorgvuldig gevolgd. Kenmerkend voor ontwikkelingsgericht onderwijs is dat de leerling hierbij niet wordt vergeleken met anderen of met de gemiddelde norm, maar alleen met zichzelf: heb ik een stap vooruit gezet? En wat is mijn volgende stap? Daarnaast wordt de voortgang van de leerling vergeleken met de landelijk genormeerde leerdoelen. Om te komen tot een ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen is vervanging van het onderwijssysteem noodzakelijk. Hierdoor worden veel (grote) problemen voorkomen, niet alleen voor de leerlingen en hun ouders, maar ook voor de onderwijsgevenden.

Flexibele groepen

Om het mogelijk te maken dat leerlingen persoonlijke leerroutes kunnen doorlopen, moet het onderwijs anders worden georganiseerd. De leerlingen kunnen worden ingedeeld in verschillende flexibele groepen die verschillende doelen dienen. Hierbij staat de vraag centraal op welke manier de leerlingen zich de meeste kennis eigen maken. Deze onderwijsmethode zal leiden tot maatwerkdiploma’s.

Maatwerk, leerroute per kind

Persoonlijke leerroute

Dat betekent dat er geen klassen en jaarlagen zijn, maar dat elke leerling een persoonlijke leerroute doorloopt. Omdat de dialoog met anderen van groot belang is voor de ontwikkeling van kinderen, werken zij tijdens die individuele leerroute veel samen met andere leerlingen. De leerroute is deels individueel en deels collectief.

De school daagt leerlingen voortdurend uit om een volgende stap in hun ontwikkeling te zetten. Om dat goed te kunnen doen, wordt de ontwikkeling van de leerlingen zorgvuldig gevolgd. Kenmerkend voor ontwikkelingsgericht onderwijs is dat de leerling hierbij niet wordt vergeleken met anderen of met de gemiddelde norm, maar alleen met zichzelf: heb ik een stap vooruit gezet? En wat is mijn volgende stap? Daarnaast wordt de voortgang van de leerling vergeleken met de landelijk genormeerde leerdoelen. ononderbroken ontwikkelingsproces van leerlingen is vervanging van het onderwijssysteem noodzakelijk. Hierdoor worden veel (grote) problemen voorkomen, niet alleen voor de leerlingen en hun ouders, maar ook voor de onderwijsgevenden.

Flexibele groepen

Om het mogelijk te maken dat leerlingen persoonlijke leerroutes kunnen doorlopen, moet het onderwijs anders worden georganiseerd. De leerlingen kunnen worden ingedeeld in verschillende flexibele groepen die verschillende doelen dienen. Hierbij staat de vraag centraal op welke manier de leerlingen zich de meeste kennis eigen maken. Deze onderwijsmethode zal leiden tot maatwerkdiploma’s.

Hoe?

Hoe gaat de Taskforce te werk?

Draagvlak, partners, financiering

Allereerst zal de Taskforce zich ervoor inspannen om draagvlak te creëren voor haar onderwijsidealen, onder andere door samenwerking te zoeken met relevante partners. Daarnaast wordt gewerkt aan de voorwaarden: er wordt een stichting opgericht en er wordt financiering gezocht. 

Ontwikkelscholen

De Taskforce gaat op zoek naar 36 scholen* – in elke provincie drie – die gemotiveerd zijn om hun schoolorganisatie met ingang van schooljaar 2021-2022 om te vormen en ontwikkelingsgericht onderwijs in te voeren. Dit proces zal minimaal zeven jaar in beslag nemen.

 

  • Met scholen bedoelen we leeromgevingen die een doorlopende leerlijn van 0 tot 18 jaar aanbieden, waarbij elke lerende een persoonlijke leerroute volgt.

Nieuwe professionaliteit van de leraar

Leraar, coach en pedagoog

Ontwikkelingsgericht onderwijs heeft verregaande gevolgen voor het beroep van de leraar. Het vereist van leraren andere competenties dan het huidige, klassikale onderwijs. In plaats van methodes te volgen, moeten leraren hun leerlingen onderwijzen en coachen om zich ononderbroken te ontwikkelen. Naast vakinhoudelijke kennis en didactische vaardigheden, heeft de ontwikkelingsgerichte leraar een sterk ontwikkeld pedagogisch vermogen en veel psychologisch inzicht.

Integrale kindcentra van 0 tot 18 jaar

Binnen de groep van TOO zijn diverse werkgroepen samengesteld. Een werkgroep ontwikkelt ideeën hoe het integrale kindcentrum van 0/2 tot 18 jaar eruit kan zien. Via deze site houden we jullie op de hoogte van de ontwikkelingen. Vaststaat dat elk kind een persoonlijke leerroute volgt en dat de eerste jaren vooral de nadruk zal liggen op persoonsvorming en sociale ontwikkeling, totdat het kind in staat is een weg in te slaan richting kwalificatie voor zijn welslagen in de maatschappij. Daarbij is de driedeling persoonsvorming, socialisatie en kwalificatie niet strikt gescheiden, maar deze hebben een natuurlijke verbondenheid. Ons idee is nu dat in de centra een familiaire heterogene samenlevingsvorm in kleine groepen het uitgangspunt is. Alle betrokkenen werken hier vanuit een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid samen. Kinderen, ouders, coaches, leraren e.a. Binnen het kindcentrum vervallen de schotten vmbo-havo-vwo. Pas in de kwalificatiefase (meestal rond het 15e levensjaar) richt de lerende zich op een afsluiting van zijn kindcentrumperiode ( rond het 18e levensjaar) met een maatwerkdiploma dat hem/haar in staat stelt door te stromen naar het vervolgonderwijs.

Startmanifestatie

TOO organiseert een officiële kick-off-manifestatie in najaar/winter van 2020 in een centraal in het land gelegen locatie. Via deze website houden we jullie op de hoogte van de datum, locatie en het programma.

TOO onderhoudt overleg met:

PO- en VO-raad

Ministerie van O,C &W

Onderwijsraad

Politieke partijen Tweede Kamer

Diverse besturen van PO tot WO

Onderwijsvakbonden

Agora-onderwijs Nederland

Wetenschap

Operation Education

Gemaakt door
Studio NYMA